Satirische tekeningen in Ratzeburg

Midden op een eiland in de stad Ratzeburg zit naast een substantieel kerkgebouw een museum in een oud woonhuis, helemaal toegewijd aan één tekenaar. Het gaat om A. Paul Weber (1893-1980) die daar in de regio, het Noorden van Duitsland, jarenlang heeft gewerkt en gewoond. Het merendeel van zijn werk hangt daar, tekeningen en schilderijen, evenals materialen die hij gebruikte om dit te verwezenlijken. Vooral interessant bij deze materialen is de grote steencollectie die er nog altijd ligt en waarop de tekeningen staan. Hij maakte gebruik van deze en natuurlijk inkt om middels grafische techniek, te weten lithografie, in grotere getale zijn tekeningen te kunnen vermenigvuldigen.

Een van de tekenstijlen waarmee Weber zijn brood verdiende waren spotprenten met daarop dieren als waren het mensen en hun bezigheden. Volgens de begeleidende tekst in het museum is het zo dat ‘sinds de Griekse antieken kent men in de literatuur de kunstvorm van de fabel’. Dieren dragen voor eenieder herkenbare eigenschappen met zich mee zoals de listige vos en de domme ezel. Het is een manier om middels vervreemding wat afstand te scheppen en daarmee ongestraft mensen toe te spreken op hun gedragingen.

Er zijn daar nogal wat leuke spotprenten te bewonderen die zeker van alle tijden zijn. Zoals de ezel op de buhne in een geslepen kledij die een voordacht houdt omringt door honden en andere trouwe dieren. Een opzichtige verwijzing achter een van de tekeningen – en daarom niet minder goed – is de man die naarstig zoekt achter een doek met daarop de uitbeelding van moderne kunst; ‘zit daar nog wat achter?’.

Het geeft wel aan hoe scherp spotprenten kunnen zijn door in één afbeelding weer te geven hoe de situatie in elkaar steekt, waar anders een opstel nodig is om dit helder en klaar uit te leggen. Daarnaast telt het museum een aantal schilderijen die A. Paul Weber als hobby maakte, zijn volledige levensloop en vooral veel tekeningen. Aanrader.

2e Dietse Bazuin – Zwaneneditie

Mijn artikel; Vakwerk met toewijding

Sjors Remmerswaal, origineel stuk voor deze publicatie

Lees het tijdschrift HIER:

Dissidente politici beledigen, het moet gewoon

Democratie is natuurlijk wel leuk, maar toch niet zo leuk dat iedereen maar gewoon met een partijtje allerlei ideeën mag hebben, enige invloed krijgen is zeker uit den boze. Wat de door onze oligarchen gedreven officiële ideologie zo knap voor elkaar krijgt is niet zozeer de goedgeoliede propaganda die we dagelijks over ons heen gestort krijgen. (de vijand is degene die kritiek uit op de macht). Het is de druk op anderen in de nabije omgeving, die zich in de kijker willen spelen bij de machthebbers, door zo irrationeel als mogelijk te tieren en mieren om duidelijk te maken dat het hen echt menens is.

Een groep die hier het slachtoffer van is en met regelmaat wordt lastiggevallen, zijn dissidente politici, hoe onbelangrijk in aantal en invloed ze ook mogen zijn. Of ze nu communisten, socialisten, patriotten of nationalisten spelen, alternatieven of opvattingen die niet stroken met de liberale internationale moeten worden platgeslagen. De gedachte is dan ongeveer; waarom anderen ook maar een plekje toestaan aan de tafel met vetpotten, het zet wellicht de deur open naar nog veel meer onzalige situaties.

Het valt vandaag op in welke bochten allerhande figuren zich wringen om hun gal te spuien over de politicus die hem of haar niet bevalt. Rare psychologiseringen, roep om censuur, foutief citeren, kleineren en beledigen. Oh ja, en het fascisme is terug, of het communisme, of nieuwe versie van Hitler, Mao, Stalin en zo. Het gepronk van het liberalisme met de overwonnen vijanden is alleen niet genoeg, maar ze worden door nuttige idioten dagelijks met karkas en al over de publieke ruimte gesleurd.

We komen er vermoedelijk nooit van af. Althans niet zonder rigoureuze keuzes, omdat het leeuwendeel van die vetgemeste arrivisten niet anders kunnen dan volgzaam zijn. Een groot gemis – het had de schade kunnen beperken wellicht – is wel dat ze van geen aflaat weten en dus tot in de eeuwigheid omhoog blijven kijken, te zien of het allemaal wel goed zit. Het blijvend plezieren van de machthebbers, ten einde zondeval te voorkomen.

Caravaggio-Bernini in het Rijksmuseum

Het ontstaan van Barok in Rome‎.

Dietse Bazuin; voorstelling van bundel artikels

Mijn bijdrage; De molen als cultureel erfgoed
Sjors Remmerswaal – origineel gepubliceerd in Revolte, 2011

Lees het tijdschrift HIER

Twee mannen in een ambassade

Vandaag verscheen in de Duitse pers een oproep van een onderzoeksjournalist om meer aandacht te vragen voor het lot van de Australische journalist Julian Assange. Die zit inmiddels al weer ruim een jaar in een Britse gevangenis vast, hij werd in april van 2019 uit de ambassade van Ecuador gehaald – waar hij zeven jaar zat – door de politie van het Verenigd Koninkrijk en wacht hem mogelijk uitlevering naar de Verengde Staten van Amerika. Het behoeft weinig uitleg dat de arrestatie het gevolg is van het journalistieke arbeid van de man, drijvende kracht achter Wikileaks, waarbij achter aanklachten in diverse landen, het VK en Zweden, de machtige oorlogsmachine van de V.S.A schuilgaat.

Zijn nogal stevige arrestatie vanuit de Ambassade van Ecuador, deed mij denken aan een ander geval, dat ruim zestig jaar terug al weer plaatsvond. Namelijk van een andere dissident die in een Ambassade belandde, namelijk de roomskatholieke kardinaal József Mindszenty. (mijn leven 1974) Hij steunde het Hongaarse verzet van 1956 tegen de overheersing van de Sovjet-Unie en moest bij de inval in dat jaar halsoverkop vluchten en kwam in de Amerikaanse ambassade aan het Szabadságplein terecht. Daar zou hij maar liefst 15 jaar vastzitten, alvorens in 1971 – onder druk van het Vaticaan – hij uit het land kon emigreren.

Hoewel beide verschillende maatschappelijke rollen hadden, journalist en kardinaal, valt bij het verhaal van Assange de zichtbare contradictie op, een politiek systeem dat pretendeert alle ruimte te laten aan critici, maar in de praktijk, indien het nodig is, net zo makkelijk tot vervolging overgaat als de meer opzichtig autoritaire regimes. De Sovjet-Unie liet nooit enige twijfel bestaan aan haar afkeer van alle vormen van religie en probeerde actief de invloed die de kerk in de maatschappij had te bestrijden.

Net over de grens; Kleef

Net over de grens, ietwat voorbij Nijmegen, ligt Kleef.

ALEXANDER WOLFHEZE: “IRAN IS DUIDELIJK DEEL VAN DE INDO-EUROPESE CULTUURCIRKEL”

Vraaggesprek met dr. Alexander Wolfheze over Iran en haar cultuurgeschiedenis;

Hier te lezen

ZWARTE GEZICHTEN TIJDENS ’STRAW BEAR FESTIVAL’ IN OOST-ENGELAND

Nieuwsbericht over Whittlesey, in het oosten van Engeland, waar ieder jaar het Straw Bear Festival georganiseerd.

Hier te lezen

Waar is de predikant gebleven?

Ene Laura H verscheen met kerst op de televisie bij de Publieke Omroep, een mokagekleurde ex-jihadiste die voor de Islamitische Staat is gaan vechten. Het roept nogal emotie op, zo’n oorlogsmisdadiger op de televisie, tenminste dan bij een groep mensen die deze onvrede via de sociale media uit en begiftig is met wat men noemt gezond verstand. Er zijn ook mensen ingenomen met dergelijke vertoon van zonde en vergiffenis en het argument ter verdediging van deze programmeringskeuze is een mengeling van moralisme en … nou ja vooral moralisme. Deze moraal en de mensen die dit meedragen komt steeds vaker en ongepaster de publieke ruimte binnengekropen.

Ik ken zowel uit de persoonlijk levenskring en uit andere kringen wel dit soort mensen die deze keuzes verdedigen. Vaak afkomstig uit de provincie of uit dorpen rondom de grootsteden, waar men vroeger hyperreligieus was en die moraal vaart er nog altijd rond, wel bijgewerkt met de modes van vandaag de dag. Deze moraal is ook nu nog vooral een samenraapsel van de lagere instincten van de mens; egoïsme, kruiperigheid en zwakheid, met daarbij de behoefte dit te evangeliseren en iedereen die dit afwijst en ‘met de kop boven het maaiveld uitsteekt’ neer te willen maaien.

Wij zouden iemand in het bezit van een dergelijke ‘deugden’ nu een deugmens noemen, maar een dergelijke figuur en de achtergronden hiervan zijn al jaren terug uitvoerig beschreven door Nietzsche. (1) Die reeds doorzag wat de achtergrond en de gevolgen zijn van het kruip- en verzoekgedrag voor de schepping van de zwakke mens, uit zwakte voortgekomen en gekneed tot kuddedier.

Deze moraal verklaart wel waarom men niet lovenswaardig is naar de mens die harde arbeid verricht, goed is voor zijn naasten, een gezin opvoedt en recht opstaand het harde leven tegemoet gaat. Juist mensen waarvan men weet dat die leed toebrengen anderen, die moeten in de collectieve zondeval bekeert en bejubeld worden, zeker toch de zielige bruinmens die eigenlijk van ver weg wel wat lijkt op die semitische timmerman.

Een verzoek blijft ronddolen als je dergelijke verhalen weer eens voorbij hoort komen. Waar is de predikant gebleven als je hem nodig hebt, nu zijn kudde loopt te leuren en zeuren buiten de kerk? Beter het publieke debat vrijlaten voor mensen zonder deze slavenmoraal.

(1) Der Antichrist – Friedrich Nietzsche